top of page

IK ROUW, WIJ ROUWEN, ONZE VOLGENDE GENERATIES ROUWEN

Rouwen kan op het persoonlijke vlak al zeer complex zijn: Hoe degene is gestorven, hoe je relatie was met de overledene en hoe je verder in het leven staat hebben enorme invloed op jouw rouwproces. Naast persoonlijke rouw bij een overlijden kun je ook te maken hebben met de collectieve (een samenleving) of universele (de gehele mensheid) rouw.

 

Een belangrijk aspect om een overlijden te integreren in je leven is dat je afscheid hebt genomen en dat het gemis en verdriet met anderen gedeeld wordt. Ook is het belangrijk dat er een begrafenis is en een graf of andere plek waar de emoties en de verhalen gedeeld worden. In de herinneringen wordt de overledene geëerd en behoudt daarmee haar of zijn plek in het familiesysteem. Kun je niet of ten dele rouwen dan zal er een gat in het familiesysteem ontstaan. De kracht van het familiesysteem straalt dan niet door naar jezelf en de volgende generaties. Er zullen blokkades in je leven zijn die direct of indirect met de niet genomen rouw verband hebben.

 

Wanneer iemand ernstig ziek is en gaat sterven, worden familie en vrienden onvermijdelijk geconfronteerd met de dood. Leef je op goede voet met de stervende dan is er tijd om afscheid te nemen. Er kan nog van alles uitgesproken worden en er kunnen nog waardevolle momenten zijn met een lach en een traan. Maar ook dan wordt er gerouwd. Ondanks dat de rouw hier met anderen gedeeld wordt, kun je vastlopen in jouw rouw. De betekenis die de overledene heeft in jouw leven en hoe jij verder in het leven staat heeft hier invloed op.

 

Wanneer de dood zonder aankondiging komt door bijvoorbeeld een ongeluk, geen contact meer met het stervende gezinslid, een hartaanval, een misdrijf of een zelfdoding, is het voor de achterblijvers vaak moeilijk te aanvaarden dat de partner, vader of moeder, broer of zus, kind of vriend/vriendin is overleden. Doordat er geen voorbereidende tijd is geweest zal de integratie van het overlijden en de aanpassing van het leven meer tijd en kracht nodig hebben. Voor sommige nabestaanden is het bij deze doodsoorzaken onmogelijk om het plotselinge verlies echt een plek te geven. Hun leven is in tweeën gesplitst. Er is een leven voor en een leven na. Na een plotselinge dood is het moeilijker het overlijden te accepteren en de dode te laten gaan, want er is geen mogelijkheid tot afscheid geweest en men heeft niet de mogelijkheid gehad om alles naar elkaar uit te spreken. Er is dus geen mogelijkheid meer om het helemaal af te ronden waardoor integratie in het leven moeilijk wordt. Doordat de wond niet helemaal sluit zal er altijd een afstand blijven tussen de dode en zichzelf. De herinnering aan de dode zal dan voor weinige een vredige bron van kracht worden, omdat er niet aan de eerder beschreven voorwaarden is voldaan. Een graf en eventuele getuigen bij het overlijden zijn dan ten dele behulpzaam om het overlijden te accepteren, maar een volledige integratie zal vaak niet mogelijk zijn. Daarnaast ligt er bij zelfdoding of afrekening in het criminele circuit ook een enorm taboe op om er over te spreken.

 

Het is ook mogelijk, zoals bijvoorbeeld in oorlogssituaties, dat er geen afscheid genomen kan worden en er ook door de chaos geen graf is, geen naasten in de buurt, en ook geen samenleving meer waar je eventueel op terug kan vallen. Er is dan in het geheel geen sprake van het kunnen integreren in je leven, want alle condities daarvoor ontbreken. Vaak zijn de anderen die in dezelfde situatie zaten zelf ook zo beschadigd, dat er nooit een goed rouwproces kan plaatsvinden, omdat er niet over gesproken kan worden met elkaar. Om zichzelf te beschermen kijken de overlevenden van deze tragedies weg van de doden. Hier heb je niet alleen met persoonlijke rouw maar ook met collectieve rouw te maken, en bij wereldoorlogen (of geloofsoorlogen) ook met universele rouw. Er is een gevoel van verscheurdheid doordat je jezelf beschermd omdat het niet veilig is, maar ook een gevoel dat je wilt rouwen om de overledenen. Het is dan vaak pas mogelijk voor de volgende generaties om alle doden weer in de groepsziel te integreren. Dit is niet alleen een persoonlijke behoefte maar ook een behoefte van het systeem om weer in balans te komen.

 

Is het dodental in de familie te groot dan is het op persoonlijk vlak te zwaar om de doden te integreren en bestaat de kans dat men naar de doden wordt toegetrokken. Doordat de overlevenden zelf weer kinderen en kleinkinderen krijgen wordt het voor de volgende generaties ‘gemakkelijker’ om naar de doden te kijken, omdat de verschrikkingen uit het dagelijks bewustzijn is verdwenen. Door in een opstelling verbinding te maken met voorouders van voor de ramp, zij die in een relatief rustige periode zijn gestorven, zal het familiesysteem zich weer kunnen verbinden met elkaar en er een familieband ontstaan die gezamenlijk de doden kunnen dragen en de ziel van de overledenen weer terugbrengen in het familiesysteem. De kracht van het familiesysteem stroomt dan weer naar volgende generaties door.

 

 

© 2022 Rooz Steenks

Niets uit deze publicatie mag op welke wijze dan ook worden gebruikt of openbaar gemaakt zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.

bottom of page