top of page

Mijn moeder en kanker

Toen ik 18 was en mijn moeder 42 jaar, werd er bij haar borstkanker geconstateerd.

Mijn wereld stortte in. Als ik terugdenk heeft mijn moeder samen met mijn vader (toen 43), zowel mij als mijn zussen, toen 13 en 14 jaar, door een onzekere en nog niet zo makkelijke tijd heen gesleept.

Ik weet nog goed hoe intens verdrietig ik was, verschrikkelijk boos op God en telkens de vraag stelde “Waarom mama, de liefste moeder van de hele wereld”. Ik raakte mijn geloof kwijt, terwijl mijn moeder haar kracht uit het geloof putte, tot haar laatste ademtocht.

Nadat mijn moeder geopereerd was, betrok ze ons allemaal bij haar lichamelijke verandering.

Wij waren thuis gewend om in onze blote kont door het huis te banjeren en zij wilde dat we dat bleven doen. We werden geconfronteerd met het imperfecte lichaam van onze liefste moeder. Haar borst en lymfeklieren waren weggehaald, een enorm litteken en deuk in haar oksel. Het genas mooi en uiteindelijk bleef er mooi litteken over.

In het ziekenhuis had mijn moeder naast een vrouw gelegen waarvan haar man haar had verlaten omdat ze imperfect was geworden. Als gezin hebben we hier open over gesproken, de onzekerheid van mijn moeder, haar ijdelheid en de mogelijkheden van implantaten. Mijn moeder vond het toch wel heftig en voelde zich minder vrouw door het gemis van een borst. Eén van haar pronkstukken was ze immers kwijtgeraakt. Mijn vader daarentegen, was absoluut tegen implantaten. Ik hoor hem nog zeggen “Ben je rotzooi kwijt uit je lijf, wil je er andere rotzooi voor in de plaats”. “Jij bent voor mij nog net zo mooi, lief met alles erop en eraan als voor de operatie en daar zal nooit iets aan veranderen”. Ze heeft nooit voor implantaten gekozen.

Ook de periode van chemotherapie, haaruitval, zo bijzonder hoe mijn moeder daarmee omging.

Op voorhand had ze een prachtige pruik aan laten meten en maakte er grappen over. Cynisch nee, ergens een voordeel uit halen ja. Haar eigen haar was dun, moesten altijd krulspelden in of een krultang om er volume in te brengen. Nu kamde ze haar pruik een beetje op en zette het vervolgens op en was klaar. “Zo dat scheelt me een half uur per dag en het blijft de hele dag in model”. Ze was er intens blij mee totdat ze haar eigen haar weer terug kreeg, bijzonder voller dan ooit daarvoor.

Ze zei ook dat het dan toch ergens goed voor was geweest.

 

Een mooie herinnering aan mijn ouders samen was, dat toen mijn moeder aan de wastafel stond in de slaapkamer, mijn vader nog in bed lag. Hij lag naar haar te kijken, dat kon ze in de spiegel zien. Ze draaide zich om, pakte haar borstprothese en gooide die naar hem toe. “Warm eens lekker op voor me? Dat ding is hartstikke koud”. Mijn ouders waren zo liefdevol en zorgzaam voor elkaar, die konden echt niet zonder elkaar.

Ik denk doordat wij er als gezin altijd zo open over zijn geweest, het ons geholpen heeft bij het verwerkingsproces. De jaarlijkse controles bleven spannend, dat wel. Mijn moeder werd dan wat stiller en dat gingen wij dan compenseren.

Tussentijds kreeg mijn vader een auto-ongeluk en wat later een hartinfarct dus waren we allemaal erg met mijn vader bezig. Na zijn gedeeltelijk herstel heeft hij nog een aantal jaren samen met mijn moeder kunnen en mogen genieten.

Op een gegeven moment was mijn moeder met haar borst op de rand van de box geklapt, hoe is mij nog steeds een raadsel. Daar bleef ze te lang last van houden en later kreeg ze ook last met slikken.

Uiteindelijk heeft ze het toch laten onderzoeken en wees uit dat ze “goedaardige” poliepen in haar slokdarm had. Ze spuugde meer uit dan erin ging en uiteindelijk spuugde ze bloed. Na weer een onderzoek bleek dat de kanker terug was en nu was uitgezaaid door haar hele lichaam. Ze was toen net een maand 58 jaar toen ze ons vertelden dat mijn moeder nooit meer beter zou worden.

Ze werd begin november opgenomen, in overleg met de artsen wilden ze toch kijken hoe ze het leven van mijn moeder nog konden verlengen, zonder pijn te lijden. Alleen met kerst is ze nog even thuis geweest.

Op tweede kerstdag kregen wij een telefoontje dat mijn oma, de moeder van mijn vader, aan een hartstilstand was overleden. Ze was door een vriendin gevonden, ze lag half over haar rollator. Het was ook zo bizar, omdat de dag tevoren, zij nog kerst bij mijn tante en oom had gevierd en er niets aan de hand leek. Ze is net geen 92 jaar geworden. Ze heeft geen pijn gehad, een gewenste droom die ze had, net als haar moeder is ze zonder pijn op 2e kerstdag overleden.

Als gezin zijn wij afscheid van mijn oma gaan nemen. Nooit zal ik vergeten hoe mijn moeder, ziek als ze was, op haar knieën naast het bed zakte en mijn oma (haar schoonmoeder) vasthield. “Mam, wat had ik je graag nog bij leven gezien, ik hield zo van u”, zei ze en huilde. Ik stond in de deuropening en keek ernaar, tranen over mijn wangen. Dat beeld kan ik nog steeds voor mij halen. Ik dacht toen, ja mam, wanneer jij.

Mijn oma heeft mijn moeder vaak opgebeld en geschreven toen ze in het ziekenhuis lag. Dit in tegenstelling tot haar eigen moeder (91) die weigerde toe te geven aan het feit dat mijn moeder zo ziek was en doodging. Als ze dan eens belde op verzoek van mijn tante, zei ze dat ze mijn moeder al zo lang niet had gezien en zei dan “je houdt zeker niet van me”. Mijn moeder was daar erg verdrietig om en legde dan weer uit dat ze in het ziekenhuis lag en niet langs kon komen. Het was tegen dovemans oren, ze praatte er altijd overheen. Ook heeft mijn tante vaak genoeg aan mijn oma gevraagd mee te gaan naar het ziekenhuis om mijn moeder te bezoeken, ze weigerde, ze kon dat niet aan.

Haar laatste week wilde ze naar huis om in haar vertrouwde omgeving te kunnen sterven. Om beurten hebben mijn vader, mijn zussen en ik bij haar gewaakt. Ik heb mijn vader bewonderd om zijn liefdevolle zorg voor mijn moeder. Zoals hij vaak braakneigingen kreeg bij het verschonen van de luiers van zijn kleinzoon, zo vol liefde verschoonde hij mijn moeder toen zij op het laats alles liet lopen. Hij zei dan “Kracht naar kruis, met liefde”. We hebben hele mooie intense, liefdevolle dagen met haar gehad. We hebben gelachen en gehuild, geknuffeld. Ze heeft zelf de regie genomen voor haar eigen afscheid, zelf aangegeven wat ze wilde, hoe ze het wilde.

Samen hebben we muziek uitgekozen, mijn moeder hield van de muziek van Vicky Brown. Ik kende haar niet, later begreep ik waarom ze er zo van hield. Net als Vicky Brown had ze borstkanker gehad, heeft ze zichzelf in haar herkend. Ook haar geloof en vertrouwen in God, haar lot in Gods handen kunnen leggen en haar gevoel dat hij haar naar het einde toe zou dragen wanneer dat nodig zou zijn. Met mijn tante en dominee heeft zij haar kerkelijke wensen besproken en psalmen uitgezocht.

De vooravond van haar overlijden was achteraf heel bijzonder. Mijn zussen hebben die avond gebeden om verlossing voor mijn moeder. Zelf heb ik lopen schelden en vloeken en geschreeuwd “Als er GVD echt iemand is, laat mama dan vredig gaan, zonder pijn”

Ze is uiteindelijk op 21 april ’98 overleden in bijzijn van mijn jongste zus. Mijn vader was net naar de huisarts en ik naar de zaak.

Samen met mijn jongste zus ben ik naar mijn oma gegaan om te vertellen dat onze moeder, haar jongste dochter, was overleden. Op de heenweg ernaartoe was ik boos en opstandig en zei tegen mijn zus: “waarom is zij niet gegaan in plaats van mama, zo oneerlijk”. Mijn oma was in mijn ogen een naar en verschrikkelijk mens, ik heb haar wat vervloekt. De reactie van mijn oma was er eerst weer één van ontkenning en aansluitend verdriet. Ze vond het allemaal zo oneerlijk, ze was haar man, zoon, schoondochter en schoonzoon verloren en nu ook nog haar dochter. Op dat moment was ik verhard en kon geen medeleven tonen, ik vond toen dat ze dat misschien wel verdiend had. Ze had in de tijd dat mijn moeder haar nodig had, nooit medeleven of liefde getoond. We hebben gezegd dat we het wel op prijs zouden stellen als ze bij de crematie aanwezig zou zijn. Ze is niet geweest. Achteraf, heel veel later heb ik begrepen hoe mijn oma geworden was tot de vrouw zoals ik haar heb gekend en uiteindelijk toch liefde voor haar kunnen voelen.

Samen met mijn zussen hebben wij onze moeder afgelegd. We hebben haar verzorgd, aangekleed, haar pruikje opgezet, make-up verzorgd, nageltjes gelakt. Ze lag erbij alsof ze zo naar een feestje zou gaan. Ze droeg het mantelpakje wat ze gedragen had op de bruiloft van mijn jongste zus.

En terwijl wij met onze moeder bezig waren keek onze vader toe, diep ontroerd, verdrietig, omringd door zijn broer en een zus.

Ondanks dat ik zelf het geloof was verloren, met gemixte gevoelens, heb ik tijdens het afscheid toch voor mijn moeder, het volgende gedicht voorgelezen.

Omdat ik het mooi vond en wilde geloven dat het mijn moeder geholpen heeft.

Nadat ik het had voorgedragen schoot ik vol van verdriet en misschien ook wel uit dankbaarheid voor de gedachte dat mijn moeder zoveel steun aan haar geloof had gehad.

Nog altijd koester ik deze dierbare herinneringen en heb ik het idee dat het mij geholpen heeft in de etappes van mijn rouwproces. Steeds meer word ik mij bewust dat er in mijn leven vaak sprake is geweest van rouw en verlies wat werd overschaduwd door een gebeurtenis. Mijn focus werd hierdoor afgeleid, rouw en verlies werden even geparkeerd en later alsnog, voor zover je je kunt zeggen, verwerkt.

© 2021 Ingrid Boerma

Niets uit deze publicatie mag op welke wijze dan ook worden gebruikt of openbaar gemaakt zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.

'Voetstappen in het zand'

Ik droomde eens en zie
ik liep aan 't strand bij lage tij.
Ik was daar niet alleen,
want ook de Heer liep aan mijn zij.

We liepen samen het leven door,
en lieten in het zand,
een spoor van stappen; twee aan twee,
de Heer liep aan mijn hand.

Ik stopte en keek achter mij,
en zag mijn levensloop,
in tijden van geluk en vreugde,
van diepe smart en hoop.

Maar als ik het spoor goed bekeek,
zag ik langs heel de baan,
daar waar het juist het moeilijkst was,
maar één paar stappen staan.

Ik zei toen "Heer waarom dan toch?
Juist toen ik U nodig had,
juist toen ik zelf geen uitkomst zag,
op het zwaarste deel van mijn pad..."

De Heer keek toen vol liefde mij aan,
en antwoordde op mijn vragen;
"Mijn lieve kind, toen het moeilijk was,
toen heb ik jou gedragen..."

- Mary Stevenson - 

bottom of page