top of page

Afscheid van het levenswerk van mijn ouders

In 1962 startten mijn ouders met hun (brood-) banketbakkerij in Den Haag. Ze waren op dat moment 23 en 22 jaar, jong, vol passie en leefden hun droom. In juni ‘22 is dat 60 jaar geleden!

Een jaar later werd ik geboren, 3 ½ jaar later mijn middelste zus en nog 1 ½ jaar later mijn jongste zus. Als ik er nu over na denk waren ze 28 jaar, compleet als gezin met 3 dochters en timmerden succesvol aan de weg.

Als oudste kreeg ik al jong de verantwoordelijkheid voor mijn zusjes en wilde dolgraag in de winkel helpen omdat “op mijn zusjes passen” niet echt mijn ding was en huishoudelijke klusjes tot op de dag van vandaag nog steeds geen favoriete bezigheid zijn. Mijn vader en moeder hadden als voorwaarde gesteld, dat ik dan zeker boven de toonbank uit moest komen. Je kunt je er misschien een voorstelling van maken dat ik met regelmaat ging meten of ik er al overheen kon kijken. Toen ik 13 jaar oud was mocht ik dan “eindelijk” mijn eerste klant helpen en wat voelde ik mij trots.

Tijdens vakanties en op zaterdagen verdiende ik mijn zakgeld door in het bedrijf van mijn ouders te werken. Doordeweeks, wanneer het druk was, ging ik uit school ook nog vaak helpen of deed boodschappen en zorgde ervoor dat het eten klaar stond als mijn ouders thuiskwamen.

Zowel mijn zussen als ik zijn in en met het bedrijf opgegroeid. Verantwoordelijkheid werd ons al vroeg met de paplepel ingegoten. Op 15-jarige leeftijd draaide ik samen met mijn vriendinnetje, die ietsje ouder was, ons 2e filiaal (met broodbakkerij) op de zaterdag. We maakten er een sport van om boven de omzet van de week ervoor uit te komen. Als dat dan lukte, kregen we een extraatje als stimulans.

En toch koos ik ervoor een andere weg te kiezen. Ik ging naar de Middelbare Hotelvakschool in Den Haag en was helemaal op mijn plek. Naast school bleef ik nog wel de zaterdagen voor mijn ouders werken en daarnaast mijn ervaring in de horeca opdoen. Langzaamaan weekte ik mij los toen ik op stage ging, eerst 5 maanden in een hotel in Rotterdam (werkte dan af en toe nog bij ouders) en daarna 5 maanden in een hotel in Coventry (Great Britain). Omdat het zo geleidelijk ging, voelde het goed voor mij. Ik koos mijn eigen weg, volgde mijn hart, wat door mijn ouders zeker werd gestimuleerd.

Maar….ik vond dat nog niet zo makkelijk. Onze levens waren zo nauw verbonden, we waren zo hecht. We deelden thuis lief en leed met elkaar delen en ik vloog letterlijk en figuurlijk het nest uit. Voor het eerst een lange tijd van huis, voor het eerst vliegen, er zat een knoop in mijn buik en mijn keel voelde dichtgeknepen. Vanuit het raampje kon ik Nederland steeds kleiner zien worden, tot de wolken mijn uitzicht in de weg zaten. De tranen rolden over mijn wangen. “Echt ik hè, moet zo nodig naar het buitenland!” Aangezien ik mijzelf toen ook al een beetje kende, wist ik dat ik mijn ouders en zusjes heel erg zou gaan missen. Ik had afgesproken dat ik iedere week zou schrijven en NIET zou bellen of tussentijds naar huis zou komen omdat ik anders heimwee zou krijgen, of thuis zou willen blijven. Ik wilde per se dit avontuur aangaan. Mijn ouders zijn tussentijds wel een weekend geweest en oh wat vond ik het moeilijk toen ze weggingen. Gauw uitzwaaien en omdraaien, zodat ze mijn tranen niet konden zien. Mijn veiligheid en geborgenheid met een hoog knuffelgehalte gingen weer naar huis. Datzelfde gold voor het bezoek van mijn allerbeste vriendin (nu nog steeds). En toch, ondanks het gemis heb ik een fantastische tijd gehad, leuke mensen ontmoet, veel geleerd.

In Nederland teruggekomen, was ik er klaar voor om op mijzelf te gaan wonen en een baan in de horeca te zoeken. Ik was net 24 jaar. Beiden lukten al snel en dan ook maar gelijk op enige afstand van mijn ouderlijk huis. Een bijzondere ervaring, waar ik het diepe in werd gegooid als assistent- bedrijfsleider bij een party- en bowlingcenter. Het team werkte al jaren samen en als vreemde eend in de bijt, werd ik door sommigen geaccepteerd, maar ik ervaarde ook afgunst. Het voelde onveilig en de erkenning voor mijn werkzaamheden ontbrak. Aangezien ik destijds, bij vreemden, nog weinig woorden aan mijn gevoel kon geven, koos ik, na een half jaar, voor de weg van de minste weerstand en nam ontslag.

Ik ging op kamers in Den Haag, werkte tijdelijk bij mijn ouders om vervolgens door een oud-leraar van de hotelschool te worden benaderd. Hij ging een restaurant openen en vroeg mij dat te helpen opstarten en als gastvrouw/bedrijfsleider mijn rol te pakken. Ik voelde mij vereerd en vond het ook een enorm leuke uitdaging. Dit avontuur heeft echter nog geen half jaar geduurd. Alles waar ik mee opgegroeid was, waaronder onderling respect, veiligheid en vertrouwen, werd dusdanig op de proef gesteld. Ik heb daar met mijn ouders over gesproken. Mijn vader zei “Je mag terugkomen, maar…. dan gaan we ervoor en blijf je ook”. Daar hoefde ik niet lang over na te denken en zo keerde ik terug, in mijn vertrouwde omgeving, waarin ik was opgegroeid en waar ik mij thuis voelde. Ik zou samen met mijn zussen, die al ik het bedrijf werkzaam waren, klaargestoomd worden om het familiebedrijf over te nemen en uit te breiden. Dit samen met medewerkers die al heel lang bij mijn ouders werkten en waar ik ook mee opgegroeid was.

Dat klaarstomen was van korte duur. Mijn vader kreeg een hartinfarct tijdens het werk, waardoor hij voor een groot deel was afgekeurd en de overname versneld werd. Ik was 27 en mijn zussen 23 en 22 jaar. We hebben de kar daarna nog 10 jaar getrokken, tussentijds uitgebreid van 2 naar 4 filialen met vele grote afnemers. Na een tijd bleek dat de belegde boterham, te delen door 4, steeds magerder werd. Ook het overlijden van mijn moeder op 58-jarige leeftijd (ik was 35) heeft er aan bijgedragen dat bij mij alle alarmbellen op tilt sloegen en ik aangaf dat ik ermee wilde stoppen. Als dat mijn voorland zou zijn, knetterhard werken, voor weinig en al jong afgekeurd worden of het leven laten? Mijn jongste zus deelde mijn besluit en mijn middelste zus twijfelde om eventueel met 1 filiaal door te gaan.

Dit viel verkeerd bij mijn vader en ik begreep dat heel goed. Dat wat hij met mijn moeder had opgebouwd zou stoppen. Hij was hier heel verdrietig over. We hebben er veel over gesproken. Ook heb ik aangegeven dat het mij ook verdriet deed. Een gevoel van falen. En hoe zouden we het onze medewerkers vertellen?

Tegen alle adviezen in hebben we iedereen uitgenodigd en kwetsbaar uit de doeken gedaan waar we stonden, dat we zouden gaan stoppen met het bedrijf en dat het in etappes zou gaan. Er zijn heel wat tranen gevloeid. Uiteindelijk zijn we gestopt met de medewerkers die het langst bij ons werkten, met ons hoofdfiliaal. Daar waar mijn ouders ooit begonnen waren.

Daar waar ik als klein meisje op een omgekeerd koekblik op de werkbank bij mijn vader zat, waar ik amandelen heb gepeld, waar ik zowel in de bakkerij als in de winkel heb geholpen. Daar waar ik heb geleerd om samen te werken en respect voor elkaar te hebben. Daar waar banketbakkers en winkeldames verliefd werden en trouwden. Daar waar ik heb geleerd wat gastvrijheid en klantvriendelijk is. Daar waar ik heb geleerd dat iedereen kwaliteiten heeft en daar alles uit te halen wat er in zit. Daar waar ik heb geleerd om vooruit te plannen, te vallen en weer op te staan. Daar waar ik heb geleerd wat loyaliteit is en ook om voor mijzelf op te komen. Daar waar ik mijn creativiteit kwijt kon tijdens de feestdagen, daar waar ik mijzelf kon zijn. Daar waar ik zo af en toe theater kon maken door op de toonbank te springen en ook de uitdagingen tegen kwam als een conflict herstellen met een oververhitte werknemer. Daar waar ik een miskraam kreeg tijdens het werk. Daar waar zoveel herinneringen zijn gemaakt, waar zowel zakelijk als privé door elkaar heen liepen. Daar waar het in de laatste week van december 2000 knetterdruk was en trouwe klanten afscheid kwamen nemen. Daar waar we hebben gelachen en gehuild, waar zoveel mensen met ons mee hebben geleefd toen we in verwachting waren, moeder werden, onze moeder ziek werd en uiteindelijk overleed.

Het rouwproces begon bij mij al voorafgaand aan het moment dat ik aangaf te willen stoppen. Anticiperen op wat komen gaat en het volgde snel op het overlijden van mijn moeder. Ik voelde me schuldig en verdrietig het schip te willen verlaten. Het ene rouwproces liep door in het andere heen en tijd voor verwerking kwam bij mij veel later.

Toen de deur van ons bedrijf op 31 december 2000 werd gesloten, begon ik half januari 2001 als manager sales en reserveringen bij de Party Catering van de Gemeente Den Haag. De financiële nasleep van de beëindiging van ons bedrijf, naast een fulltimebaan, was een pittige aangelegenheid. Ik kon mij er gewoon niet toe zetten om het af te ronden. Het heeft dan ook 2 maanden geduurd voordat ik het aankon. Dit tot ongenoegen van mijn vader. Hij vond dat ik wel eens kon beginnen, temeer omdat ik degene was geweest die wilde stoppen. Ook hier heb ik samen met hem, achteraf, gesprekken over gevoerd. Mijn gevoel van falen, verdrietig en boos op mijzelf, mijn schuldgevoel, mijn uitstelgedrag en mijn rouwprocessen (mijn gestrande huwelijk, aangaan van nieuwe relatie, overlijden van mijn moeder en stoppen met het bedrijf waarin ik was opgegroeid).

Het heeft even geduurd tot mijn vader het kon aanvaarden en daarna kon ik het ook. We zaten elkaars rouwproces in de weg, tot we daar uitvoerig over hadden gesproken en begrip voor elkaar konden delen. De aanvaarding van mijn vader werd ook gevoed door het feit dat hij zag en voelde dat wij alle drie een leuke baan hadden gevonden, dat we meer tijd voor de kinderen kregen en dat de buurt waar wij ons bedrijf hadden wel erg hard achteruitging. De aanvaarding maakte het mogelijk het los te laten en bood ruimte aan nieuwe ontwikkelingen, zowel in werk als privé.

De aanvaarding en het loslaten heeft ertoe geleid om mijn verdere leven te leven, te ontdekken, mijzelf verder te ontwikkelen, te worden wie ik nu ben.

 

© 2022 Ingrid Boerma

Niets uit deze publicatie mag op welke wijze dan ook worden gebruikt of openbaar gemaakt zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.

bottom of page